Archive for oktober, 2008

h1

Paultjes bange zeereis – door W.G. v.d. Hulst

29 oktober, 2008

 

Alle tien dagen dat ik op Gili Trawangan verblijf kijk ik uit op een schitterend turquoise zee die nagenoeg glad en kalm is. De ochtend van mijn vertrek klinkt er tegen een uur of 12: Paóla! The boat come! Als ik aan het strand kom zie ik een heel andere zee. Er is niemand aan het strand of aan het snorkelen. Er staat een deining van jewelste. De zee ziet eruit alsof ze me nog even een andere kant wil laten zien. Inderdaad, een héél andere kant. De eerste tien minuten van de trip gilt bijna iedereen alles bij elkaar, maar dat is niets vergeleken met wat er de volgende 50 minuten met ons gebeurt. Niemand geeft nog een kik. De boot klapt met een geweld op de wilde golven neer, zodat we ieder moment denken dat hij in 1000 stukken uit elkaar knalt. Ik vraag me af of, als dat gebeurt, iemand nog een lifejacket kan vinden waarvoor we net als in een vliegtuig voor we vertrekken instructies krijgen. We worden heen en weer en op en neer gesmeten tot we groen en geel zien. Ik zie alleen maar krijtwitte gezichten om me heen, en vermoed dat het mij wel niet anders gesteld zal zijn. Ik probeer met redelijk succes te dissociëren. Ik ben er gewoon niet. Dit gebeurt niet met mij.

De kapitein geeft toe dat er ‘ a big swell’ is. Ik begrijp later dat de overtocht altijd wel een behoorlijke aanslag doet op de stresslevels, maar wij kregen een bonus.  Ik denk dat de schietgebeden niet van de lucht zijn geweest, en twee devoot kijkende Zweedse meisjes tegenover mij zien eruit of ze beloven dat ze na deze vakantie linea recta het klooster in zullen gaan, Als We Maar Heel Aankomen! Alle anderen beloven tenmínste heilig te zullen gaan leven. Het is een groot wonder dat er niemand moet overgeven, maar ik denk dat iedereen in een soort shocktoestand is. Als je al zou moeten overgeven is de enige mogelijkheid om dat op de plek te doen waar je zit, dus over je medepassagiers heen. Een van de Zweedse meisjes begint vervaarlijk te gapen, dat er op kan lijken dat ze niet ver van overgeven is. Ze houdt zich goed. Totaal onmogelijk om een woord te wisselen, mocht je dat al willen, of zelfs maar een slok water te nemen uit een fles. Je kunt de fles niet eens aan je mond brengen. Als je denkt de fles op mondhoogte te hebben is je mond op navelhoogte. Na een kwartier is iedereen drijfnat. Als het niet van angstzweet is dan wel van de overslaande golven op het achterschip. Er is een meisje dat denkt dat ze nodig moet plassen. Met heel veel moeite maakt ze de twee meter naar het deurtje van de wc. Als ze dat opendoet en ziet dat ze een paar treden naar beneden moet besluit ze dat ze helemáal niet hoeft te plassen. Met geen mogelijkheid kun je die treden af.

Maar we komen heelhuids aan, anders had ik dit bericht niet kunnen plaatsen. We schuiven onze tanden weer op een rij, en de rest van onze onderdelen op hun plaats, en nog totaal confuus worden we in minibusjes geladen. Ik hoop werkelijk dat het wat veerboten betreft een piekervaring zal blijven, meer kan ik ook niet aan… Hiervan heb ik dus geen foto’s en ik reken op uw begrip in dezen. We zien weer voor het eerst weer auto’s (en honden) en de rit door het idiote verkeer van Bali is vergeleken met de veertocht een eitje. En dan wordt ik Kuta in geslingerd, waar de 1st Asian Beachgames worden gehouden. Bad timing. De stad is vol, het strand een gekkenhuis waar je niet wil zijn en zelfs in mijn kamer hoor ik tot diep in de nacht de herrie van een groot podium met muziek dat alleen stomdronken te waarderen kan zijn. Maar ik mag nog blij zijn dat ik een kamer kon krijgen.

Even mijn varkentje uitlaten

Even mijn varkentje uitlaten

 

Was wel te koop, maar alleen met de baas erbij...

Was wel te koop, maar alleen met de baas erbij...

 

 

Naast het hotel is een aardige kapsalon, en ik spreek af om na inchecken mijn haar te laten kleuren, dat is totaal verbleekt door zon, zee en wind. Nou dat heb ik geweten. De kleur ‘koffie’ is op, en het wordt nu ‘chocolate”. Ik eet hier helemaal nooit chocolade, maar ik kan me niet echt voorstellen dat dat de kleur van rood koper heeft. Ik kan wel janken. De kapsters kijken hulpeloos en beduusd en proberen me te overtuigen dat het er echt heel leuk uitziet. Ik zie een soort spookverschijning in de spiegel… Maar ze beloven uiteindelijk morgen een betere kleur voor me te gaan inkopen, ik mag om negen uur terugkomen. Ik duik meteen met mijn rooie kop een massagesalon in. Ze kennen me daar toch niet, ik hoef niets uit te leggen.

Getroost door een matige massage probeer ik onzichtbaar mijn kamer te bereiken. Ik maak nog een pakket klaar met overtollige kleren, mijn koffer is gewoon te onhandig zwaar, ik snap niet hoe anderen dat doen met 10 kilo. Ik moet telkens overgewicht betalen bij elke vlucht, Air Asia laat maar 15 kilo toe, en ik kan best met minder kleren toe. Mijn garderobe wordt er niet interessanter op, maar who cares. De volgende ochtend achter op een motortaxi met een dikke Balinees tussen mijn knieën naar het postkantoor. Dat is ook weer gebeurd, 5 kilo kleren en overtollige zooi naar Nederland.
Nu weer naar de kapper. Heilige zus en zo, sta me bij…

Deze keer is er donkerbruin ingekocht, maar dat wordt op mijn hoofd bijna zwart. Dus voorlopig geen foto’s van ondergetekende op mijn weblog, tot het weer een beetje is bijgetrokken. Ik ken mezelf niet meer terug, maar dit is beter als om als een rood koperen keteltje rond te lopen. Sjaak, mijn onvolprezen kapper met oneindig mededogen, waar ben je! Moet je niet nodig eens naar Azië? Het is hier zo leuk, maar vergeet dan niet je magische koffertje met kleur mee te brengen.
Verder de hele middag met een grote fles Bintang-bier in een restaurant met wireless internet gezeten en mijn weblog bijgewerkt. Ook foto’s geplaatst bij het vorige bericht, dus er is nu wat te zien.

De volgende dag heb ik met Sri en Nino afgesproken dat ik bij hen thuis zal eten. Ze wonen in een rustig deel in Seminyak. Het huis is heel eenvoudig in Balinese stijl. Een heerlijk huis met niets teveel. Twee slaapkamers met badkamer en een zitkamer met keuken die aan de voorkant helemaal open is. Alleen bamboe rolgordijnen die naar beneden gaan tegen zon of erge regen. Nino heeft het binnen in allerlei gewaagde kleuren geschilderd waardoor het een surrealistische sfeer krijgt. We eten en praten, Sri, die maar een paar woorden engels spreekt, streelt me steeds over mijn arm en laat merken dat ze bij is dat is er ben. Nino laat zijn muziek verzameling zien en ik zet een paar mooie cd’s van Angelo Branduardi op mijn laptop. Het leven van deze mensen lijkt zo eenvoudig, zo rustig en overzichtelijk. Geen kasten vol kleren en de nieuwste mobieltjes. Geen wedijveren met wat een ander heeft. Geen sociale controle, geen stand om op te houden. Hoe krom de combinatie van dit stel ook al is, het is voor mij een van de bijzonderste ontmoetingen tijdens mijn reis, maar niet alleen van deze reis. Ik ben onder de indruk van dit soort van bestaan.

Sri's moeder

Sri's moeder

Ik ontmoet de moeder van Sri die daar de huismeid is. Het kindje van Sri wordt de hele dag op iemands arm gedragen en als het slaapt ligt er iemand naast.

Nino in de keuken

Nino in de keuken

Nino maakt Spaghetti di mare en zegt dat het in Italië gewoonte is om met de hele familie en verder iedereen die aanwezig is om de tafel te zitten en te eten, maar hier kun je tot zijn verdriet onmogelijk Sri’s moeder aan tafel krijgen, ze is tenslotte personeel. Nino probeert het nog eens een keer maar Sri’s moeder kijkt naar de grond en gaat verder met vegen met het kindje op haar arm. Nino zegt: Geef ze een bos takjes (bezem) in hun handen en ze zijn gelukkig. Inderdaad zie je altijd en overal vrouwen de vloer vegen. Of het nu het stoepje bij het huis is, of het grasveld of het strand, alles wordt continue geveegd. Ik ga na het eten nog even onder de douche en intussen belt Nino een taxi om me naar de luchthaven te brengen.  Ik ben klaar om verder te reizen, even diep ademhalen voor het volgende avontuur!

h1

Koning, keizer, admiraal, een paardenkar gebruiken ze op Trawangan allemaal…

25 oktober, 2008

As long as you consider the stars as something above the head, you will lack the eye of knowledge – Fredrick Nietzsche

De eerste avond heb ik het al gezien bij de Nederlandse dames. Of liever gezegd: NIET gezien. Kan er nog niet meteen de vinger op leggen waar het zit, maar er klikt niets. Tijdens een schitterende zonsondergang komt er doef-doef-doef muzak uit alle luidsprekers en wordt er vrolijk gedaan. Als ik in bed lig verlang ik naar Papa Nino met zijn hart vol liefde voor iedereen, en zijn kleine Josy in het bijzonder. Ik mis zijn binnentuintje, oase van stilte en rust, zijn overdadige ontbijtbuffet in de outdoor-kitchen waar ik jaloers op ben. Er is een sfeer van gulheid, la vita bella. Ook al ligt het niet pal aan het strand, ik ga terug. Al had ik Papa Nino nooit ontmoet, dit heeft het niet; voor mij althans.

Nadat ze mij financieel even een poot hebben uitgedraaid uit wraak dat ik niet de afgesproken volle week blijf zeg ik de dames vriendelijk gedag, en begeef me op een hotsende paardenkar naar Papa Nino  in Trinacria Village waar ik word begroet als of ik een verloren dochter ben.

Paardenkar van binnenuit

Paardenkar van binnen uit

 

Het wordt me het weekje wel.
Dezelfde avond heeft Nino een feestje met traditioneel Indonesisch eten omdat hij zijn broer, die hier ook een resort heeft, heeft kunnen overhalen om ook een flinke donatie te geven voor de nieuw te bouwen moskee. Goed zijn voor de gemeenschap hoort hier beslist bij goed ondernemerschap. Een paar van de andere gasten van het resort worden ook uitgenodigd en er zitten 5 nationaliteiten aan tafel. Een Brits artsenpaar, dat een half jaar in India in een klein hospitaal heeft gewerkt, en nu hier komt duiken en daarna terug naar hun hypotheek in Engeland, een stel uit Estland, waarmee het erg moeilijk communiceren is, een paar Indonesiërs, en een stuk of vijf Italianen. Ik vind het relaxed als enige Nederlandse, de sfeer is prima en het eten al even zo. Read the rest of this entry ?

h1

Als je alleen het beste wilt hebben krijg je het vaak nog ook

16 oktober, 2008

Soms ben ik ergens en opeens flitst er dan door me heen: Moet je nou toch eens kijken waar ze nu toch weer zit!

Zoals gisteravond toen ik na een lange dag van, waar was het nou toch weer, het is een leeftijd geleden! Jimbaran ben vertrokken en ‘s avonds net na een bloedrode zonsondergang op een kleine veerboot op de voorplecht zit te kijken naar de lichtjes voor ons van een piepklein, voor mij onbekend eiland bij de kust van Lombok. De volle maan verlicht de zee en de gezichten van de mensen en ik denk heel even: dit is met geen woorden in de wereld na te vertellen. Je kunt het alleen ervaren, en misschien is dat ook maar een idee. Wat is ervaren? Wat is echt en wat is een droom? Dit is de eeuwigheid. Iedereen is stil, of mijn zintuigen nemen niet meer waar, alsof alleen ik in die eeuwigheid ben opgenomen.

Als de boot het anker uitgooit kun je in het maanlicht zelfs zien dat het water glashelder is. Als de boot over het zand schuurt land ik ook, ik was totaal van de wereld. Tot dat moment waren vragen als: wie helpt me mijn koffer uit die wiebelende boot te tillen en een paar meter verder op het strand te zetten en: waar zal ik vannacht slapen problemen uit een andere dimensie. Uit het donker doemen er allemaal stemmen en figuren op die transport aanbieden en kamers. Gehoorzaam sjouw ik achter de eerste de beste man aan die zegt een hele mooie kamer te hebben voor weinig. Het zal me benieuwen; als ik hem zo bekijk kan het niet veel soeps zijn. Ik wil alleen nu ergens kunnen douchen en slapen, morgen bij daglicht schrijven we een nieuwe bladzijde. Bij het guesthouse aangekomen is het helemaal niet zijn guesthouse, en ook nog eens vol. Een meter of 20 terug zag ik wel iets leuks, maar zag eruit als een duur sprookje. Toch loop ik erheen. In het donker is oriënteren en de markt verkennen bijna onmogelijk. De dikke Italiaan Nino van een jaar of zestig met zijn jonge Javaanse vrouw zijn de eigenaars. Hij wiegt zijn zon, maan en sterren in de vorm van een baby van 6 maanden met veel te grote diamanten in de fijne muizen-oortjes op zijn arm. Het kindje wordt op handen gedragen en gekust en geknuffeld  a la Italiano! Dat kindje komt in ieder geval geen liefde tekort. Read the rest of this entry ?

h1

Losse flodders van Bali

13 oktober, 2008

  Het postkantoor van Kuta op Bali is een belevenis op zich. Vorig jaar al heb ik mijn ogen uitgekeken hoe het daar toe gaat. Deze keer heb ik weer enkele pakketten om op te sturen, voor het merendeel mooie massagestenen, dus de pakketten zijn niet te tillen… Ik heb inderdaad ook een vrachtje stenen opgeraapt op het strand bij Tianyar. Toen de zwerm kindertjes uit het dorp, die daar aan het eind van de dag spiernaakt en zonder enig gevoel van schaamte voor die vreemde ‘bulee’ in de zee aan het ravotten waren zagen waar het mij om te doen was, begonnen ze met veel gespetter en gesnater stenen voor me op te duiken uit de zee. Als ik alles mee had moeten nemen waar ze met stralende smoeltjes mee aan kwamen sjouwen had ik wel een container kunnen afhuren! In elk geval, als ik met mijn pakketten bij het postkantoor arriveer is mijn ene pakket 7 kilo te zwaar. De moed zakt in mijn schoenen. Had ik net zwetend de hele boel stevig ingepakt, taxi gehuurd, en moet ik nu weer terug?

Service bij het postkantoor

Service bij het postkantoor

Welnee! Er zit een mannetje buiten op de stoep die mijn twee pakketten opent, we halen 7 kilo stenen uit het ene pakket en stoppen dat in het andere, hij snijdt de dozen op maat en plakt de hele handel weer netjes dicht en dan gaat er nog een extra verpakking omheen. Arbeidskosten: nul. Met een uur ben ik weer terug in mijn guesthouse. Dat is trouwens een ander guesthouse, want toen ik terugkwam uit Tianyar in die ongezellig donkere kamer deed de airco het niet en kwam er nóg geen water uit de kraan, alle beloften van Made ten spijt. Ik had trouwens ook niet anders verwacht, maar ja, het voordeel van de twijfel, nietwaar. Die kreeg en verspeelde hij. Ik had het opeens helemaal gehad, sprong op mijn scooter en reed de strandweg af. Read the rest of this entry ?

h1

Orbs!!

10 oktober, 2008

Ik wist dat er een aanwijzing zou komen.
Zit even ‘toevallig’ te googlen op Solar Orb, whatever dat mag zijn, kwam dat woord ergens tegen. Het betekent bol, maar wilde weten waarom dit in die tekst voorkwam.

Nietsvermoedend kom ik deze websites tegen:

Misschien is er nog veel meer te vinden, maar dit is een begin. Ik kon me al niet indenken dat ik de enige ben die dit op de lens krijgt!

h1

De lichtwezens van Tianyar

9 oktober, 2008

Dit is de eerste keer dat ik een bericht schrijf waar ik heel lang omheen heb lopen draaien voor ik er aan begon. Ik hoop dat van achter de letters op mijn toetsenbord de juiste woorden en zinnen tevoorschijn zullen komen om mijn wedervaren in dat afgelegen gehucht in het het noordoosten van Bali goed weer te geven. Ik had bijna geschreven: godverlaten gehucht, maar juist daar ben ik niet zo zeker van. Integendeel.

Waar zal ik beginnen… gordels vast!

De afspraak is dat we de volgende middag om één uur zullen vertrekken. Eerst wil Made op mijn verzoek nog op zoek naar een uitgebreide kaart van het eiland, zodat ik een beetje kan zien waar onze weg ons langs zal voeren.

Kaart detail

Kaart detail

onder het bovenste vogelstaartje een klein zwart pijltje

Onderweg wijst Made me op verschillende bezienswaardigheden.  Bijvoorbeeld de haven Padangbai vanwaar de veerboten naar Lombok vertrekken. Amed, de duik- en snorkelspot van Bali. We komen door het dorpje Manggis, dat genoemd is naar de mangosteen-vrucht, hier manggis genoemd.

Manggis, het mangosteen-dorp

Manggis, het mangosteen-dorp

Er staat op een enorme sokkel een beeld van de vrucht met een adelaar-achtige vogel erop. Verder volgt het ene dorpje na het andere, met talloze tempels en huizen tegen de weg aangebouwd, het verkeer raast er de hele dag langs. Read the rest of this entry ?

h1

Thuis in ‘mijn’ dorp op Bali

7 oktober, 2008

 

De landingsbaan van de Ngura Rai Airport op Bali is aan de zee. Enkele seconden voor we de grond raken zie je de golven op het strand waar ik een uurtje later  zal zijn.

Made wacht me op en is bijna on-Balinees in zijn begroeting, zo blij is hij. We rijden eerst naar zijn verblijf in Kedonganan waar Ketut me met kostbare koffie en twee wangkussen, eigenlijk aanraken van de wangen, verwelkomt. Ze huren twee simpele kamertjes in een gangetje en delen een wc met douche en een donker keukentje, of wat daarvoor moet doorgaan met een aantal andere mensen die ook uit hun afgelegen dorp komen en hier werken. Ze behoren tot een vrij lage kaste. Voor mij wordt de ventilator aangezet, het loopt me alweer met straaltjes langs mijn rug.

Kadeh, dochtertje van Made en Ketut met twee vriendjes

Kadeh, dochtertje van Made en Ketut met twee vriendjes

Ze bellen wat rond onder kennissen of er iemand een goede kamer tegen een redelijke prijs voor me weet. Achter op de motor bij Made rijd ik een half uur later van het ene guesthouse naar het andere hotelletje. Ik ben in Maleisië natuurlijk verwend met die kamer op het strand. Dat is voor Bali, in elk geval in deze buurt niet te vinden. Alleen heel dure resorts met kamers van $200 per nacht liggen aan het strand. Een uur hiervandaan is er misschien wel iets, maar ik wil in mijn ‘eigen’ dorp blijven. Maar er is nog iets aan de hand. Omdat het islamitisch nieuwjaar is en de moslims vakantie hebben zit alles op Bali vol! Dacht ik dat te ontvluchten, en is het me voor!  Ik plaag Made en zeg dat ik bij hen op de grond zal moeten liggen vannacht… Uiteindelijk kom ik weer terecht bij de mensen waar ik vorig jaar zat toen ik op de massageschool cursus volgde. De familie komt als een troep kwetterende mussen op me af, en iedereen wordt wakker en komt uit alle hoeken en gaten om me te verwelkomen!

Tiara, 1 dag oud

Tiara, 1 dag oud

 Het kindje dat vorig jaar geboren werd 2 dagen voor ik van Bali vertrok is een grote mollige baby geworden die verbaasd naar al deze vrolijkheid kijkt met zwarte donkere poelen van ogen. De hartelijkheid is zo oprecht dat ik er emotioneel van word!

Tiara, nu 10 maanden oud

Tiara, nu 10 maanden oud

 

De caretaker van het guesthouse, ook een Made, komt ook onmiddellijk naar buiten met zijn vriendelijk-onnozele smoelwerk en toont zijn kersverse vrouw en vertelt in zijn erg gebrekkige engels dat hij in Maret, (maart) is getrouwd. Ik mag hem nu voor vol aanzien… Zijn vrouw houdt trots een baby van een paar maanden in haar armen. Vorig jaar was hij een slungelige knul met lang haar, nu een huisvader met een net kapsel en kleren die bij zijn nieuwe status passen. Read the rest of this entry ?