Archive for januari, 2009

h1

“All the world’s a stage…

28 januari, 2009

 “All the world’s a stage
And all the men and women merely players.”

Shakespeare

De laptop is weer gemaakt… Alle foto’s weg, dus ik moet weer opnieuw beginnen. Voor dit bericht maar enkele foto’s van internet geplukt.

“We are here on earth to fart around. Don’t let anybody tell you any different.”
Kurt Vonnegut

De dame uit IJsland zit eenzaam en ongenaakbaar rechtop solitaire te spelen naast het zwembad. Ongevraagd vertelt ze me dat ze dat doet omdat ze niet niets kan doen. Ongeveer alles aan haar is pikzwart. Ze draagt alleen maar zwarte kleding en haar pikzwart geverfde haar is zo strak naar boven gekamd dat haar wenkbrauwen, ook al pikzwart, verwonderd omhoog staan boven haar ijsblauwe ogen. Als ze spreekt klinkt ze altijd een beetje buiten adem. Ze wordt in het hotel aangesproken met Madame, en dat bevalt haar wel. Ze wordt hier tenminste op waarde geschat. In werkelijkheid is haar naam niet uit te spreken, voor niemand, laat staan door Thais. Het hotelpersoneel, door wie ik wordt aangesproken met Khun Paula, (Khun betekent mevrouw of meneer, dat is de normale aanspreekvorm) gniffelt tegen mij over Madame. Dat is niet erg netjes, maar wel begrijpelijk. Het is een karikatuur van een mens. Ze woont ieder jaar maandenlang in Thailand, dit jaar zelfs 7 maanden. Hoe vreselijk kan het in je eigen land zijn om hier naast een zwembad te gaan zitten solitairen en de hele dag koffie te laten aanrukken? IJsland is niet alleen het land van een corrupte regering en Icesave en vreselijk koud, maar de mensen zijn er stug en onhartelijk, vertelt ze. Ze kent haar eigen buren niet, en niemand uit haar straat zegt elkaar goedendag (en zij dus ook niet, ze kijkt wel uit, als je dat doet wordt je aangezien als niet goed snik) of kent zelfs maar elkaars naam. En dat in een land van 300.000 mensen! Je zou denken dat die elkaar een beetje nodig hadden. Jaren geleden kwam ze naar Bangkok met haar toen jonge zoontjes, liet voor ieder een wit zijden pakje maken met roodzijden vest en ging daarna, zelf ook gekleed als lid van de Royal family met ze eten in een sjiek restaurant. Ze straalt als ze het vertelt: de obers dachten dat ze van een of andere adellijke afkomst was en behandelden haar als royalty. Wat een geweldig moment was dat. Haar zoons zijn haar nu nog dankbaar voor de geweldige opvoeding… Tjonge, ja, ik ben sprakeloos. Ik maakte een caviahok met mijn ene zoon en hielp een andere een boomhut knutselen. Ik kan me dus onmogelijk met haar meten en dat probeer ik ook maar niet.
Als ze geen kaartspel op het tafeltje heeft uitgespreid zit ze kaarsrechtop en met een strijdlustig gezicht in de computerruimte en luistert naar IJslandse politieke debatten op internet. En windt zich uitermate op. Ik vraag waarom ze het die lui die in IJsland zijn achtergebleven en niet in de zon zitten zoals zij, het niet gewoon maar laat uitvechten, en zelf gewoon geniet van hier en nu, maar daarmee sla ik een verkeerd akkoord aan. Haar lippen gaan nog strakker staan en ze zegt dat er gelukkig meer mensen in de gaten hebben wat een gruwelijk kabinet ze hebben dat in zijn geheel moet worden afgeschoten. Zíj schrijft stukken op forums. Dat helpt.
Elke dag gaat ze een levensgevaarlijke tocht aan. Die ga ik ook aan, maar op platte schoenen en mijn brommertje.

Perfect op de bike op weg naar school

Perfect op de bike op weg naar school

Zij loopt op de allerhoogste hakken heel stijfjes en belangrijk door de straatjes met gevaarlijk ongelijk plaveisel, en niet zelden diepe gaten en sleuven. Als ze mij ziet vertrekken op mijn brommer  heeft ze waarschuwende woorden. Je kunt dat met goed fatsoen niet doen in dit duivelse verkeer. Ze heeft misschien wel gelijk, maar lopend kom je hier ook niet ver. Ze is al een keer bij groen licht overgestoken en omver gereden door een bromfietser waarbij ze over de straat stuiterde en over haar hele lijf bont en blauw was. Totaal gebrek aan respect voor een dame van stand. Ze is ook al een keer gestoken door een vreemd insect op haar achterwerk. Het insect heeft met dezelfde beet of steek zijn eieren onder haar blanke huid gedeponeerd. Dat resulteerde in een groeisel op haal bil ter grootte van een flink kippenei. In het ziekenhuis heeft men haar een week lang elke dag behandeld en, ze vertelt met haar strakgetrokken fel roodgeverfde lippen met een scherp getekende cupidoboog die er van nature niet is, dat het personeel in het ziekenhuis vol bewondering was over haar prachtig blanke huid. En met name dat deel van haar huid dat niet aan het zonlicht was blootgesteld. Haar billen dus, die beslist niet jonger zijn dan 65 jaar. Maar verder vond ze het toch wel een vernederende ervaring. Ik voel me dan ook bijzonder in vertrouwen genomen. Ze vindt het in Chiang Mai vreselijk koud en wil eigenlijk naar het Zuiden van Thailand. Ze ontdooit namelijk pas bij 30 graden. Ik vertel dat ik pas in het zuiden ben geweest, maar dat het een heel andere wereld is, om maar niet te spreken van de vele regen die valt en overvloedig voor muskieten zorgt. En dat het klimaat hier in Noord Thailand eigenlijk het beste is dat ik dusver ben tegengekomen in Azië. Waar dat allemaal was interesseert haar helemaal niets. Als ik haar een paar weken later vriendelijk belangstellend vraag of ze nog niet naar het Zuiden gaat vertrekken krijg ik mijn eigen informatie terug in horrorvorm. Het is daar zo vreselijk, stikt er van de muggen en het regent er de hele dag. Nee, haar niet gezien… Kaarsrecht stapt ze de straat uit, voorzichtig de gaten ontwijkend, op weg naar haar dagelijkse salade. Elke dag op dezelfde tijd eet ze een salade bij hetzelfde restaurant. Avontuur heeft ze niet meer zo nodig blijkbaar. Ze heeft haar hele leven hard gewerkt, heeeeel erg hard. Daarmee is ze natuurlijk een uitzondering op deze planeet… Ik heb soms de neiging iets vreselijks te doen als mensen vertellen dat ze hard werken of gewerkt hebben bij wijze van verdienste voor wat dan ook. Hoe komt het toch dat je dat overal tegenkomt? Ik moet het steeds van haar aanhoren als ik het ongeluk heb met haar bij het zwembad te zitten met een boek in de spaarzame uurtjes dat ik geen lessen hoef voor te bereiden (en het dus mijn beurt is vreselijk hard te werken…haha) of studenten vertel wanneer je ‘so’ en wanneer je ‘such’ gebruikt. Of door en buiten Chiang Mai cross. Verleden jaar dacht ik dat het verkeer op Bali erg was maar Chiang Mai nog veel erger, en dat ik het hier nooit aan zou durven me per brommer buiten het oude gedeelte van de stad te 

begeven. Maar alhoewel er hier meer (ongeschreven) verkeersregels zijn lukt het met een automatisch brommertje onder míjn achterwerk (beter dan een gezwel…toch?) aardig om me te handhaven. Eén van de regels hier is blijkbaar: Let op die ‘farangs’ ze halen onvoorspelbare fratsen uit in het verkeer, laat ze asjeblieft voorgaan, en rem af als er eentje voor je zit… Het verkeer is ondanks dat het chaotisch lijkt nooit en nergens agressief. Rustig gevend en nemend, en iedereen komt waar  hij wil zijn. Ik kan me prima redden en geniet van elk ritje. Hoe
ik het zal hebben als ik weer op de Lunterse berg zit weet ik niet. Ik begin het gewoon te vinden vijf Thaitjes op een brommer te zien met vijf vrolijke smoeltjes die je toelachen. Opeens kan ik me bewust worden van het aparte van dit verschijnsel. Overal die glimlach…

Soms rij ik naar AirportPlaza, het winkelcentrum met een grote supermarkt waar ik olijven, vers stokbrood en heerlijke ham kan kopen als ik echt eens zin heb in iets bekends. Of ik ga naar een winkel op het terrein van de universiteit, weer een eind een heel andere kant op, waar organische groenten en fruit worden verkocht en een aardig assortiment natuurvoeding. Ik koop daar kilo’s passionfruits en

Cape gooseberries

Cape gooseberries

Physalis, of Cape Gooseberries, hier onder de bevolking ook vrij onbekend, dus deel ik een bakje met Pikul en het hotelpersoneel. dat personeel is trouwens net een grote familie waarin ik een goede plaats krijg. De broer van de baas vraagt me op een dag of ik hier tussen de Thais zou kunnen leven. (Pikul heeft ze nl. verteld dat ik kan leven als een Thai wat mij een ereplaats onder de hotelgasten oplevert. Ik wordt zelfs gevraagd mee te gaan om een project te gaan bekijken om te zien of het geschikt is voor verbouwing tot hotel). Jazeker, zeg ik, als er tenminste wel een douche met warm water is!
Ik rijd naar de ‘farang’winkel waar je allerlei geïmporteerde waren kunt kopen en koop daar mijn verse yoghurt.
Ik knor op zaterdag soms naar de tweedehandsmarkt, een soort Thaise rommelmarkt, heerlijk. Ik koop er een lichtblauw hemdje voor 20 baht en wat cassettebandjes voor 15 baht voor in de auto van Pikul. Enya en heel toepasselijk: A Winter’s Solstice van Windham Hill Artists.
Of ik rijd naar de grote versmarkt bij de rivier en koop daar verse gember voor mijn thee, of honing, verpakt in een lege sterke drankfles, waarvan er genoeg zijn… er wordt hier meer gedronken dan ik ooit heb geweten, ook door boeddhisten. En ik koop kleine lemons, ook al voor mijn thee bij een kraampje met alleen maar lemons in alle maten. Ik loop even langs het vrouwtje dat alleen maar chilli’s verkoopt in tientallen soorten, en knoflook, ook al in vele soorten. Ze heeft twee prachtige oosterse katten die bij haar wonen in haar kleine kraampje. Ik weet niet wanneer dit wijfje ooit slaapt, want of ik nu vroeg of laat kom, ze zit er altijd. Deze markt is 24 uur open. Je ziet ook hier en daar mensen onder de kraam liggen slapen terwijl de partner of buurman de verkoop behartigt. Iedereen heeft zijn specialiteit. Er zijn kramen die bosjes bijelkaar gebonden groenten en kruiden verkopen voor speciale curries, of alleen allerlei soorten paddestoelen en groene asperges. Of gember en turmeric, galangal en nog meer aanverwant gewortelde. De gangetjes zijn nauw en toch mag je er met de brommer langs. Dat doe ik niet, ik parkeer hem aan het begin van de markt en loop langs de kramen. Aan het begin staan de bananenverkopers. Ze verkopen alleen maar alles wat banaan is. En dat is niet Chiquita of hoe ze mogen heten, maar dik en kort, lang en dunner, met en zonder pitten, ongelofelijk hoeveel soorten er zijn. Als je geluk hebt kun je vingerbanaantjes kopen,

Vingerbanaantjes

Vingerbanaantjes

 die zien eruit zoals hun naam is, zo klein en dun als een vinger.

Bananenbloemen, lemongrass en bouquet garni voor currie

Bananenbloemen, lemongrass en bouquet garni voor currie

De bananenverkopers verkopen ook bananenblad en bloemen, stelen en stukjes stam voor currie. Dan krijg je de ananasverkopers. de ananassen zijn vandaag nog van de boom gesneden, het sap loopt bijna nog uit de steel. Dan de reuzenpomelo’s en watermeloenen. Zo heeft iedereen zijn eigen specialiteit, en dat waarschijnlijk levenslang.Ik moet maar niet teveel denken aan de koolmonoxide die ik hier dagelijks opsnuif. Katalisators zijn om te maken en aan het westen te verkopen, maar niet om zelf toe te passen. Het rookt en stinkt hier over al het eten heen, dat je dus erg goed moet wassen. Veel mensen dragen hier een mondkapje al of niet met ingebouwd roetfilter. Ik moet het hebben van mijn positieve levensinstelling, want ook in mijn kamer daalt fijn zwart stof neer. Moet ik dan met een mondkapje slapen?

 

 

 

Pas werd ik opgehaald door de ouders van een van mijn studenten, of ik maar bij hen wilde komen lesgeven, ze wonen een eindje buiten Chiang Mai. Ik weet niet of het halen en brengen van hun zoon ingewikkelder is als het ophalen en weer terugbrengen van mij, of dat ze graag hun nieuwe huis aan mij wilden laten zien. Het is een huis op een terrein met beveiliging. Alle huizen zijn in dezelfde stijl gebouwd, maar variëren van klein tot enorm groot. De helft van de huizen behoort aan buitenlanders, dikwijls westerlingen met Thaise vrouw of vriendin. Er is een gemeenschappelijk zwembad, restaurant en fitnessruimte. Tja, eigenlijk lijkt het wel een beetje op de Scheleberg waar ik woon, behalve dat hier de gemeente je niet achter de broek zit als je er het hele jaar woont. Het huis is ongeveer perfect. Zo super schoon ben ik het nog niet vaak tegengekomen.

Toilet met handdouche

Toilet met handdouche

Er is zelfs een toilet met toiletpapier, alhoewel de handdouche, die eigenlijk het toiletpapier vervangt ook niet ontbreekt. De toilet op de foto heeft een stortbak, maar soms spoel je door door met een plastic steelpan uit een grote emmer water te scheppen. De ouders van TonMai zijn client van Pikul, zodoende heb ik de zoon en dochter als student. Door hun nieuwe huis liggen ze goed bij familie en kennissen, wat resulteert in overdadig bezoek van genoemden en stress bij de bezitters van het huis. Terwijl ze juist zo graag stilte en rust hebben is het ze niet gegund. Zeggen dat het nu en deze week en eigenlijk de hele maand niet uitkomt om bezoek te ontvangen getuigt van slechte manieren. Om mensen te overvallen met ongewenste bezoeken mag dus wel. Khun Mem komt twee maal per week bij Pikul voor een massage en zit propvol stress. De dochter van veertien ook. Dat komt omdat haar moeder geen tijd voor haar heeft en het kind voelt de stress van haar moeder heel goed aan. Maar Pikul kan voor de dochter niets anders doen dan slechts behandelen. Zeggen dat ze denkt te weten waar het door komt zijn evenmin goede manieren. En zo stumperen we met z’n allen heel boeddhistisch en beleefd door het leven. De zoon spreekt echt goed Engels en is een goede student. Eigenlijk is er helemaal niets op hem aan te merken. Ik erger me bijna aan het perfecte jongetje. Nooit ondeugend, nooit geweest ook. Ik kan het niet laten, en vraag of hij buiten zijn schoolboeken wel eens een ander boek leest. Vroom antwoord hij: alleen stripverhalen (volksziekte nr 1 hier) en ‘about buddhism’. Ik probeer op alle mogelijke manieren (zijn lessen zijn ‘about conversation’, dus ik krijg gelegenheid genoeg) om hem te betrappen op een zonde , onregelmatigheid of lichtelijke rebellie on ongehoorzaamheid.Of een belangstelling in welke richting dan ook. Tevergeefs, of ik zou zijn verwijfde maniertjes en kinderachtig hoge stemmetje, die doen vermoeden dat hij een kandidaat zou kunnen zijn voor geslachtsverandering een onregelmatigheid moeten noemen. Hij wil graag steward worden op een vliegtuig.
Er is hier in Chiang Mai een public library, die ik de volgende dag wil bezoeken, alleen om te weten wat er op de schappen staat, maar ik vrees het ergste. Die vrees wordt bewaarheid. Als ik binnenkom zijn er een paar mensen die aan tafels een krant lezen. Een vrouw zit in een boek met natuurfoto’s te bladeren. Er is een ruimte waar een paar jongelui op hun rug stripboeken liggen te lezen. Spijbelaars? In een andere ruimte staat de tv aan. Er staan een paar lage boekenkasten met minder boeken dan ik thuis heb. Bij de receptie vraag ik of er meer boeken zijn dan ik hier zie. Vriendelijk verbaasde gezichten. Hier zijn toch boeken? Ik word verwezen naar een klein rekje met buitenlandse ‘literatuur’. Er staan zelfs wat nederlandse boeken die iemand heeft achtergelaten waarschijnlijk in een goed bedoelde poging de kast te vullen. verder wat engelstalige reisgidsen over Thailand en vijf zeer beduimelde onaantrekkelijke kinderboeken. De boekenkasten in de huizen waar ik kom zijn evenmin inspirerend. In het huis van TonMai liggen wel wat boekjes, en de omslagen (de titels kan ik niet lezen, hier en daar staat soms “bestseller’) laten oude gerimpelde of zeer goed gevulde monniken zien. Het zijn dus alleen boeddhistische boeken. En deze familie is geen uitzondering. Nergens in zoverre ik heb gezien is andere literatuur te vinden. Ik weet natuurlijk niet wat er onder het matras ligt… Een tijdje geleden ontmoette ik Niki uit Vlaanderen op de organische markt en raakte in gesprek. Over de hele wereld gezworven en nu in Thailand ontwerpster van klassieke zilveren sieraden die ze exporteert naar België en Amerika. Intussen ben ik al een keer bij haar thuis geweest en haar in aanbouw zijnde enorme huis, haar prachtige kindjes met engelachtig krulhaar en enorme blauwe ogen en haar man bezichtigd. Op mijn vraag waarom een Thaise lagere school geen optie was antwoordt ze dat er totaal gebrek aan spontaniteit is, creatief denken en vooral kritisch denken is op Thaise scholen niet aan de orde. Groepsgedrag is het sleutelwoord, de school brassband, marcheren, met elkaar zingen en dansen, maar niets individueels. Vooral niet zelfstandig denken of leren.
Als de les is afgelopen (3 uur heb ik TonMai doorgezaagd en laten praten over zichzelf) lopen TonMai en zijn moeder samen met mij door de tuin, die nog maar onlangs is aangeplant. Desondanks dragen de kleine mangobomen al overvloedig vruchten, evenals de bananen en papaya’s. Naast de keuken staan allerlei kruidenplanten en struikjes. Een schoonzuster belt, ze is onderweg met iets heerlijks, speciaal voor mij. Voorzichtig vraag ik wat dat dan wel mag zijn. Milk! With bread! Wow, betere manier om mij slecht te verrassen is er bijna niet. Onlangs kwam ik erachter dat stukjes wittebrood, gedoopt in stroopzoete gecondenseerde melk, liefst roze of lichtblauw gekleurd, als speciale lekkernij wordt gezien. En dit walgelijk zoete hapje is nu onderweg speciaal voor mij. Ik kan mijn plezier niet op. Bij deze zoete hap waarbij het ivoor van je tanden knapt als je er allen maar naar kijkt krijg ik minstens even zoete icetea. Die is niet alleen met zoete condensmelk gezoet maar ook nog met een boel suiker. Zo beleefd als ik kan vertel ik dat ik heel slecht tegen zoete dingen kan. Khun Mem is mijn getuige, we hebben een keer samen met Pikul koffie gedronken waarin zij 4 volle lepels suikers gooiden en zich verbaasden dat ik het zonder suiker dronk. Dat is dus een beetje mijn redding, ik ben geloofwaardig. Intussen proberen alle gezinsleden, ook de dochter van de schoonzuster die voor tandarts studeert hun Engels op mij. Ik laat uitgebreid merken dat ik hun pogingen om met mij te praten heel erg waardeer, en dat meen ik ook. Ze doen zo ongelofelijk hun best! De schoonzuster lacht vrolijk: I think you are very funny! Ik zeg dat ik het er echt niet om doe hoor! Maar dat is blijkbaar nog hilarischer. Wat eigenlijk het geval is, is dat ze zo blij zijn dat ik zo ‘clear’ Engels spreek. Ze kunnen mij verstaan! En dat geeft hen moed al hun kennis op me te spuien. Wat voor veel Thais bijvoorbeeld verwarrende woorden zijn, zijn ‘kitchen’ en ‘chicken’, het is me nooit echt opgevallen dat ze qua uitspraak zo op elkaar lijken!  En hazy en crazy. Pikul vertelde vanmorgen door de telefoon dat het in Bangkok waar ze dit weekend examineert erg crazy was, maar dat nu de zon doorkwam…  Maar ik neem hen echt serieus en probeer goed en geduldig te luisteren naar wat ze bedoelen te zeggen. Ik luister niet alleen naar de woorden, maar ook naar de lichaamstaal. De uitspraak dat ik VERY funny was betekende dus ook niet dat ik lachwekkend was, maar dat ze mij aardig en vrolijk vonden. Tenminste, laat ik mezelf maar vleien met die interpretatie.
De bejegening van buitenlanders ten opzichte van Thais is dikwijls een autoritaire houding. Alsof waar je je geld uitgeeft je automatisch ook intelligenter en superieur maakt. Terwijl buitenlanders door Thais vaak als onbeleefd worden gezien, maar ze die vergeeft omdat ze nu eenmaal niet weten hoe het echt hoort…
In het huis is behalve een flatscreen tv verder niets te zien dat duidt op bezigheid van welke aard dan ook, behalve het glimmend houden van de vloeren en ramen. Als de dochter een heel klein stukje tissue op de grond laat vallen wordt ze meteen terecht gewezen en ze raapt het op. Tijdens de wandeling door de tuin vraag ik wat Khun Mem overdag doet als haar man naar zijn werk is en de kinderen naar school. Ze houdt van alleen zijn, maakt het huis schoon, en als dat klaar is maakt ze het weer schoon. Ze leest, boeken over het buddhisme, en mediteert. Maar ze stikt van de stress, die niet erkend mag worden. To bring clearness in the mind, om het hart te leren kennen, de mind tot rust te krijgen is het hoofddoel in het leven.
TonMais vader brengt me terug naar mijn hotel, en weer probeer ik een gesprek over lezen of interesses. De man heeft een goede baan bij de overheid, maar hoe ik het ook probeer, steeds heel beleefd en niet opdringerig, ik krijg er niets anders uit dan dat hij Buddhist books leest. Maar leest u wel eens iets over een ander onderwerp dan het Boeddhisme? Jawel, hoe je goed boeddhistisch moet leven zodat je lichaam en geest in balans komen en je je aardse verlangens te boven komt. Ben ik nou gek? Moet ik dan nog een keer vragen of hij boeken over een ander onderwerp leest? Leest u wel eens iets over andere landen, over natuur(verschijnselen), over reizen, over andere culturen? Ja, hij heeft ooit eens iets over het christendom gelezen, maar dat vond hij maar niets. Het belangrijkste was het streven naar kalmte en balans, de teachings of the Buddha. Tijdens het mediteren kun je inzicht krijgen in hoe je moet leven, oplossingen voor aardse problemen voor nu en de toekomst. De Buddha, de Buddha, de Buddha. Hier gaat je toch de broek van af, een volk wat zo eender denkt, het is de natte droom van elke politicus, en hier gebeurt het! Ik laat niets merken van verbazing over deze eenzijdigheid maar vertel dat ik ook vaak over het boeddhisme lees en ook over heel veel andere onderwerpen. Hij is niet de enige die steeds maar weer over het mediteren en het buddhisme begint. Het voor velenhet enige onderwerp waarover je van gedachte kunt wisselen. Maar ja, wat heet. Je kunt toch nauwelijks van een gedachtenwisseling spreken, nietwaar. Het is uiteraard zo dat boeddhisme een religie is en geen filosofie. Over filosofie kun je eindeloos speculerend praten en schrijven om zodoende dichter bij de waarheid te komen zonder dat het onderwerp zelf iets zegt over hoe men zijn leven invult. Religie daarentegen impliceert het praktiseren en de toepassing ervan in het dagelijks leven. Voor een goed begrip van het nut van het boeddhisme is de toepassing van belang. “The Doctrine and the Discipline which I have set forth and laid down for you,let them, after I am gone, be your teacher. “Behold now, O monks, I exhort you: impermanent are all compounded things. Work out your deliverance with mindfulness” The Buddha

Emerald Buddha, Chiang Mai

Emerald Buddha, Chiang Mai

 

En zo is het drukken van boedhistische boeken een enorme industrie. Zoals in sommige delen van de wereld, niet alleen in Nederland, maar  o.a. ook Amerika en Zuid-Afrika in sommige huizen alleen christelijke literatuur te vinden is, moet het mij eigenlijk niet verbazen geen ‘wereldlijke’ literatuur te vinden. Toch kan ik me niet voorstellen dat er geen erudiete Thais zijn. En dan besef ik temeer dat mijn reis, en mijn leven maar zo’n klein smal pad is, zo’n fractie van wat er zich in de wereld afspeelt. En wat ik op mijn weblog schrijf gaat alleen over mijn bestaan, en over wat ik zie. Er zijn vele, vele boeken geschreven, er zijn ongelofelijk veel reisverhalen, er zijn mensen die hier een half leven hebben doorgebracht en schrijven over Thailand. En daarvoor trouwens ook in de gevangenis* kunnen belanden…Ik zie maar zo’n klein stukje. Ik krijg hier beslist niet meer behoefte aan mediteren, TM of meditatie-yoga, dat hier trouwens ook een enorme industrie is en per jaar miljoenen oplevert, of welke vorm dan ook. Als ik al spiritueel gevoelig was krijgt dat hier beslist een nuchterder beslag. Geef mij maar de vragen, de antwoorden komen van de ‘know-it-alls’.

 

*Drie jaar cel om beledigen koning
http://www.spitsnieuws.nl/archives/buitenland/2009/01/drie_jaar_cel_om_beledigen_kon.html

Advertenties
h1

En toen….

14 januari, 2009
“Het geluk in uw leven hangt af van de aard uwer gedachten.”
Marcus Aurelius
Romeins keizer (121-180)

En toen…. kwam er een kleine windvlaag tegen mijn gordijnen, waardoor mijn schoolbord/whiteboard omviel, over mijn laptop, die daardoor van het lage tafeltje op de grond viel.

En toen dacht ik, wat heb ik toch een goeie laptop, want alles deed het nog. Zo leek het.

En toen, na een paar uur vielen er programma’s uit. Wanhopig probeerde ze me nog terwille te zijn, ik kon nog net een paar emails sturen.

En toen, na een paar snikken en grimlachjes hield ze ongeveer op met ademen.

En toen heb ik haar naar de intensive care van een Apple servicecenter gebracht, waar men alles doet om haar leven te redden.

Als de harddisc niet meer te redden is, is er 350 GB aan films, boeken en muziek weg. Plus al mijn 2300 foto’s die een leidraad voor mijn verhalen vormden. Als dat het geval is krijgt ze een nieuw brein en beginnen we opnieuw. Maar met mij gaat het goed, leef, ben gezond, eet en slaap goed, ga ’s morgens naar yogales, geef Engelse les en leer masseren. Uw medeleven wordt op prijs gesteld en de verzekering doet hopelijk haar deel.

Volgende week hoop ik weer online te zijn, maar het verhaal dat ik had klaarliggen zal ik opnieuw moeten schrijven.

That’s life and shit happens. Of zoiets.

h1

Stelling: van eten wordt je niet dik!

4 januari, 2009

“Geef mij stilte en ik zal de nacht trotseren.” 
Kahlil Gibran  Libanees tekenaar en schrijver (1883-1931)

LamPhang, waar het ouderlijk huis van Pikul staat ligt niet in de bergen zoals ik dacht. Soms begrijp ik de regelingen en de plannen niet even goed, maar ik accepteer de dagen en de dingen zoals ze komen. Ik besef dat wat ik hier meemaak niet elke toerist beschoren is, om elke facet van het leven met de Thais van dichtbij beleven.

Tenminste… accepteren…? niet altijd….!

Voor we de snelweg naar Lam Phang kiezen slaan we balorig en roekeloos eten in bij de Makro. Jonge inktvisjes, reuzengarnalen en allerlei ander zeegedierte die je meekrijgt op een plastic zak met geschaafd ijs om het vers en koel te houden tot waar je ook maar heen moet. Het is druk bij de Makro, vooral op de visafdeling, waar behalve allerlei schelpdieren, levende vissen, krabben in alle maten, kreeften en langoustines ook dikbillige reuzenkikkers te koop zijn, die met hun bloedrode ingewandjes naar buiten gesperd op hun rug liggen te wachten op kopers. Sommigen met een hulpeloos dood handje naar boven uitgestrekt. We kopen stokbroden, ham en salami (om een beetje het ‘farang’gevoel mee te brengen), fruit, verse kokosnoten en het is passen en meten om de inkopen in de kofferbak te stouwen.

Geluidsaanval op lichaam en geest

Jonge kokosnoten

Die is gevuld was met weekendtassen van vijf mensen (Pikul en haar dochters, Mr. Thong en ik), de elektrische grill, ingrediënten voor lemoncake en Mon Chou taart en nog veel en veel meer.
Bij een stalletje langs de weg kopen we papieren geluksballonnen die we ‘s avonds zullen oplaten. Wat een mooie manier om het oude jaar vaarwel te zeggen om plaats te maken voor een nieuw!
Als we aankomen bij het ouderlijk huis van Pikul en de portieren van de auto openen worden we bijna teruggeblazen door knetterende muziek. Die blijkt te komen van een geluidsinstallatie die niet gek zou staan in een discotheek, maar staat opgesteld bij de buren onder het huis-op-palen.

Geluidsaanval op lichaam en geest

Geluidsaanval op lichaam en geest

Straten-ver is de dreunende, pompende, bonkende, stampende, denderende muziek te horen. Een stel jongens van rond de twintig zit met een rij flessen alcoholrijk spul te kaarten. LamPhang is een flinke stad temidden van prachtige natuur. Het ouderlijk huis en het huis van de broer van Pikul staan op een groot stuk grond een kwartier buiten de stad.  Maar tijdens de jaarwisseling geen rust en stilte in dit gehucht… Vergeet het maar. De Thaise Marianne Webers en Frans Bauers, hier en daar afgewisseld met een donderende re-mix entertainen ons de hele dag en bijna de hele nacht.

Pikul knipt de nagels van haar oude moedertje

Pikul knipt de nagels van haar oude moedertje

Ik heb medelijden met de oude moeder van Pikul, een blind, mager, verschrompeld wezentje van twee en tachtig, die nog goed kan horen en een helder hoofd heeft. Maar ik schijn toch de enige te zijn die hier echt vreselijk last van heeft. Nog nooit in mijn leven heb ik herrie kunnen verduren, en de lol die een discotheek of house-party schijnt te bieden is voor mij een verschrikking. Je zou het overgevoeligheid kunnen noemen. Hoezeer ik ook geraakt kan worden door goede muziek, het tegendeel is ook waar, van dit geweld knap ik per uur verder af. Het is ver na twaalven als het eindelijk stil wordt en we de slaap kunnen vatten. Wat mij verbaast, is dat de duivelse herrie totaal laconiek wordt ondergaan! Niemand is er door van slag of gaat op die lui af om wat medemenselijkheid te vragen. Alles wordt hier genomen zoals het komt. Het boeddhistische credo, dat alles van voorbijgaande aard is, leeft en laat leven… Alleen begin ik te twijfelen aan de waarheid van dat credo. Het gaat NIET voorbij. Als het eindelijk stil wordt ben ik horendol en murw gebeukt. Uitgeput vraag ik aan Pikul: they stop now? Yes, mompelt ze en we zakken weg in een paar uur stilte. Read the rest of this entry ?