Archive for november, 2010

h1

In den Gouden Kringspier

19 november, 2010

The city is not a concrete jungle. It is a human zoo.
Desmond Morris

Bij elke tempel staan behalve boeddhabeelden ook tijgers en draken, met vreemde details

Terwijl Pikun en ik samen op de brommer op zoek gaan naar een hotel of guesthouse  maakt Chiang Mai  zich op voor een van de grootste en belangrijkste festivals van het jaar: Loy Kratong. Door de hele stad worden versieringen aangebracht, vaak lampionnen of allerlei figuren die als lampionnen van binnenuit verlicht worden. Ook worden overal kaarsjes neergezet en rotjes en ander knalwerk afgeschoten. Op de drie dagen van Loi Kratong, dit jaar op 20, 21 en 22 november zijn er ook enorme optochten van praalwagens die richting de Mae Ping rivier bewegen.

Chiang Mai viert Loy Kratong

Garuda, nationaal symbool van Indonesië en Thailand. Op ieder bankgebouw staat deze figuur, half mens, half vogel

Oud en jong gaan 's avonds 'lichtjes kijken'

Van Wikipedia: Het festival begint in de avond als er een volle maan is (en vaak ook de avonden ervoor en erna). Mensen gaan dan naar de oevers van vijvers, kanalen, meren, rivieren en zelfs de zee om hun krathong naar het water te brengen. De kaars en de wierookstaafjes worden aangestoken en dan wordt de krathong (klein bloemenvlotje) te water gelaten.Ook op het water zijn er duizenden kleine en grote vaartuigjes te zien tijdens het Loi Krathong festival.

Op de twaalfde maand van de volle maan,
overstroomt het water in het kanaal.
Iedereen, man en vrouw
hebben dan veel plezier op Loi krathong dag
Loi, Loi krathong,
Loi, Loi krathong,
Nadat we onze krathongs hebben laten wegvaren
vragen we de meisjes
om de 
Ramwong te dansen.
Ramwong op Loi krathong dag
ramwong op Loi krathong dag
goede daden brengen ons geluk
goede daden brengen ons geluk! Read the rest of this entry ?

Advertenties
h1

Op bezoek bij een man van goud

14 november, 2010

Lieve lezers,

Punt 1: Het schrijven is me zonder meer een plezier. Om een blog zo in elkaar te knutselen dat het er voor lezers gezellig en informatief uitziet kost me heel veel uurtjes. Ik doe het in de eerste plaats voor mezelf, als verwerking van wat ik beleef en om het het later als ik groot ben in het bejaardenhuis nog eens allemaal na te lezen, maar reacties op het blog vind ik meer dan tof!

Punt 2: Als je op de foto’s klikt krijg je een grotere afbeelding te zien. Handig als het om foto’s van tekst gaat bijvoorbeeld.

Want daar gaat het schrijvers om. Ze willen gelezen worden. Zo niet, dan houden ze hun verhalen achter slot en grendel.
(een schrijfcoach)

Uitrusten, een paar dagen eens echt rust nemen om te proberen mijn zeurende verkoudheid te boven te komen is er niet bij.
Maandagochtend staan we al vroeg naast ons bed. Ik haal diep adem voor ik de badkamer in ga om te douchen. Brr… wat een smerige boel. Daar is nou echt in jaren of misschien wel helemaal nooit een schoonmaakmiddel of borstel geweest. Op de vloer en de muren  zijn er veel tegels los. En op die plekken ziet er letterlijk verrot uit. Van de wastafel is niet meer te zien welke kleur hij heeft. De kraan hangt los. Er staan allerlei lege en halflege potjes en tubes, te smerig om vast te pakken. De wc bril hang los en in de pot kijken is goed voor het omdraaien van je maag.  Om het maar niet te hebben over het plafond, waar groezelige spinnewebben al jaren verlaten zijn door de spinnen vanwege het stof wat erin hangt. Desondanks zien de bewoners er altijd op en top schoon uit. Als ze de deur uitstappen zijn de haren tot in de puntjes gekapt en make-up perfect aangebracht. Voor het huis staat het vol troep. Stukken triplex en gereedschap, waarschijnlijk restanten van het inrichten van de stand op de markt. Kapotte plastic stoelen. Andere kapotte onbruikbare troep. Een ladder die enkele bamboestokken steunt waar kleding aan hangers hangt te drogen. Als het droog is wordt het niet binnen gehaald om opgevouwen en in de kast te worden gelegd, welnee, je haalt er gewoon tussenuit wat je die dag wilt dragen. De wasmachine (bovenlader) staat ook voor het huis. Er staat van alles tegen het huis opgestapeld. Kortom een grote bende. Hierin zijn deze mensen echt geen uitzondering, dit zie je bij zoveel huizen. En dit is beslist niet de onderlaag van de samenleving. Integendeel, deze mensen hebben over de hele wereld gereisd. Ze hebben dus overal kunnen zien hoe normaal en prettig en een beetje ordelijk leven ook kan. Ik ben zelf ook een rommelkont, er moet gewoon geleefd kunnen worden is mijn mening. Maar dit tart echt elke en vooral mijn verbeelding. In het huis staat het propvol kasten met glas in de deurtjes waardoor te zien is dat ze propvol troep zitten. Plastic poppetjes, potjes crème, boeddha-beeldjes, stapels papieren en boeken, dozen tissues liggen schots en scheef door elkaar. Op de dressoirs staat het ook vol foto’s in lijsten, en verder hetzelfde wat ook in de kasten staat plus hier en daar vuile vaat.Vooral veel boeddhabeeldjes. Het meeste zit onder een dikke laag stof of is totaal verkleurd.
Maar goed, er komt schoon, zij het alleen maar koud, water uit de douchekop en ik stap fris en schoon de auto in.

We worden afgezet bij een busstation vanwaar we willen vertrekken naar Nakhon Rachadinges, kortweg Korat genoemd. We weten niet hoe laat de bus vertrekt, en na een uur weten we dat nog niet. Er staat een man door een megafoon te blèren  als er weer een bus stopt, zodat iedereen die tijdens het wachten ergens bij de foodstalletjes aan het ontbijten is toch in de juiste bus stapt. Op een barbecue liggen reepjes varkensvlees op stokjes lekker te ruiken.

Ontbijten bij het busstation

Ik heb al de gekste dingen als ontbijt gegeten, dus waarom ook niet. Get gaat op zoek naar een zakje kleefrijst. Dat eet makkelijk, omdat je de rijst op een bolletje kan kneden. Dat eten we met het bbq vlees. Er staan wat plastic stoeltjes, bedoeld voor het personeel die de bussen omroept of kaartjes verkoopt. Er staat gelukkig ook een parasol, want de zon klimt hoger en het wordt warm. Naast me staat een motorfiets volgepakt met troep en een tasje van Harrods, Knightsbridge hangt aan het stuur. Read the rest of this entry ?

h1

Over geesten, mediums en wéér reizen

9 november, 2010

Ik ben als de naald op een langspeelplaat. Ik hoef niets te doen en de muziek komt vanzelf voorbij.
(
Eigen gedachte)

Heel vroeg in de ochtend word ik al gewekt door de roedel honden van de buren.

Het huis van de buren is klein met  een binnenplaats waar niet eens genoeg plaats is om de was te drogen, die hangt aan een rek op straat. Maar een echte hondenliefhebber heeft dat er voor over. Voordat de hanen kraaien beginnen er enkelen al met langgerekte uithalen als een sirene te loeioeioéioéien. De rest valt luid blaffend, piepend, keffend en jankend in. Maar ik ben zo moe dat ik temidden van dit geweld toch weer in slaap sukkel op het harde matras op de grond. Om even later… inderdaad, door de hanen weer wakker gekraaid te worden. Ik weet niet hoeveel honden er hiernaast worden gehuisvest, maar iedere keer als ik hier ben zijn er nieuwe exemplaren en altijd puppies. En dit is niet omdat er in Chiang Mai te weinig honden zijn, mijn hemel, nee. Er worden projecten gerund door buitenlandse vrijwilligers om de honden te steriliseren. Daarvoor moeten de mensen wel worden overtuigd dat het echt het beste is voor de dieren.

Druk bezig

Als ik nog slaapdronken naar beneden strompel, is Pikun al bezig met de massage van een klant. Het blijkt een van de meest vooraanstaande neurologen van Chiang Mai te zijn. Geregeld stuurt hij ook patienten door naar Pikun.
Terwijl zij bezig is zet ik koffie  en maak een praatje met de dokter. Als de dokter vertrokken is drinken we koffie Pikun vraagt of ik mee wil naar een klooster waar een monnik momenteel channelt. Dat betekent dat hij medium is voor een spirit. Veel mensen gaan nu daarheen om adviezen te vragen over moeilijkheden in hun leven. En moeilijkheden heeft Pikun momenteel zonder meer.

Ten eerste is ze afgelopen zondag bij een kennis in Bangkok geroepen. Een zoon van midden twintig had een ernstig probleem. Zijn hele lichaam zat vast en hij kon zich feitelijk niet meer bewegen. Hij zat als een geketende in elkaar gedoken op de vloer. Toen Pikun daar kwam en hem aanraakte schrok ze en ze wist dat hier veel mis was, maar geen idee wat. Toen ze de jonge man behandelde schreeuwde hij het uit. Hij sloeg om zich heen en gilde dat ze van hem af moest blijven. Hij bleef schreeuwen en ongelofelijk tekeer gaan maar Pikun ging, uiterlijk kalm, door. Na de behandeling kon hij zich weer normaal bewegen, maar Pikun was er zeer beroerd aan toe. De kennis vroeg of ze niet daar wilde blijven slapen omdat het al laat in de avond was, maar Pikun weigerde. Ze wilde weg uit dat huis en wel zo snel mogelijk. Die nacht had ze een vreselijke droom. Een donkere gedaante pakte haar in haar nekvel en liet haar niet meer los. Toen ze ‘s morgens opstond , voelde ze zich ellendig, kon ze haar hoofd en nek bijna niet bewegen en had ze enorme pijn. Die avond reisde ze met de nachtbus terug naar Chiang Mai om mij van de luchthaven te halen. De busreis duurt ongeveer 10 uur, maar ze herinnert zich niets, omdat ze als in coma heeft geslapen. Ze zegt dat de kwade geest die de jongen moest verlaten haar is achtervolgd en haar als het ware in haar nekvel heeft gepakt. Haar gevoel dat ze niet in dat huis wilde blijven was terecht maar  niet afdoende. Alhoewel hij haar lichaam veel pijn heeft gedaan moest hij toch de aftocht blazen. Als ze mij verslag doet van het hele gebeuren is ze zichtbaar aangeslagen. Ze heeft nog nooit iets dergelijks meegemaakt. Aan een kennis vraagt ze om haar nek te behandelen, maar het lukt niet. De enige die het kan is haar vriend Mr. Tong, die in de buurt van Nakhon Ratchasima woont. We zullen na Bangkok naar hem reizen voor een behandeling.

Een andere, zeer grote zorg is de oudste dochter Get, die nu in Bangkok is. Ze is op een ongewoon heftige manier aan het rebelleren en niet meer te handelen. Voor een Thais gezin is dit bijzonder beschamend, je kunt hier met niemand over praten, vanwege gezichtsverlies. Get heeft, terwijl Pikun in Nederland was, de brui gegeven aan haar studie aan de Chiang Mai universiteit. Dat was al een klap en als er nu nog een soort wil was om toch iets van haar leven te gaan maken, maar dat ontbreekt geheel. Ze zoekt niet naar werk, maar luiert haar dagen door. Heeft verkeerde vrienden, haalt nachten door, komt stomdronken thuis en slaapt dan de volgende dag haar roes uit.
Ik denk dat Pikun hier een kind heeft dat in geen enkel opzicht op haar lijkt, maar wel op haar overleden man. Zijn doodsoorzaak was simpel: alcoholisme. Alhoewel ze me altijd verzekerd heeft dat hij ‘een goede man’ was, hoor ik nu een andere kant. Ik heb uiteraard nooit geloofd dat het een ‘good man’ was, maar uit beleefdheid heb ik haar nooit tegengesproken. Nu ik haar zoveel beter ken en ik haar naaste vertrouweling ben durf ik wel hardop tegen haar te zeggen dat het onmogelijk is dat een alcoholist een goed huisvader en echtgenoot kan zijn. Ze geeft dat nu ook toe. Ze zegt dat Get zijn genen heeft. Ook uiterlijk heeft ze totaal niets van haar moeder. Ze heeft een onverschillige houding, een grove stem en een ontevreden trek op haar gezicht. Ze zorgt slecht voor zichzelf, een wond op haar voet na een brommerongeluk laat ze onbehandeld en die is gaan zweren. Ook dan laat ze er niets aan doen. Pikun moet haar bijna dwingen er een kompres op te doen. Haar gebit is in een belabberde toestand, Haar bovengebit staat schots en scheef maar ze weigert naar een tandarts te gaan om een beugel te laten aanmeten. Het is duidelijk te zien dat kauwen haar pijn doet. Het is voor Pikun heel zwaar om te beseffen dat wat ze ook zegt,  hoe ze ook soebat, Get voor geen enkele rede vatbaar is. Ik heb me ook al eerder afgevraagd of er niet meer mis is met dit kind. Maar volgens Pikun is dit gedrag van haar  van het ene op het andere moment ontstaan en WIL ze niet begrijpen. Als ze eenmaal begrijpt komt het wel goed. Ik denk eerder dat ze niet KAN begrijpen. Die universiteit  was waarschijnlijk ook veel te hoog gegrepen. Maar de tijd zal het leren.
Pikun, die in haar jeugd in een boerengehucht woonde, waar puberen of rebellie niet aan de orde was, is tot in haar grondvesten geschokt door de houding van deze dochter. Ze heeft het al die jaren zo goed gedaan, het gezinnetje was altijd zo liefdevol en zorgend voor elkaar, ik weet ook werkelijk niet wat ik meemaak.

We rijden na de lunch naar het klooster. Net voor het klooster zijn een stuk of vijftien monniken bezig een nieuw heiligdom te bouwen. Nieuwe boeddhabeelden en draakachtige figuren staan in de steigers. Er wordt gepleisterd en geschilderd. Het bezig zijn om nieuwe beelden op te richten geldt als een zeer goede daad en goed voor een beter after-life. Als wij stoppen om foto’s te nemen krijg ik tips waar ik moet staan om de beste plaatjes te maken. De monniken zijn zeer vereerd met mijn belangstelling.

Het is een heel vreemde gewaarwording om de channelende monnik bezig te zien. Een kind-geest (child-spirit) is de geest die door hem spreekt. Als hij dan weer ‘terug’ is in zijn lichaam (hij is al maanden bezet met deze ‘goede en wijze’ geest) weet hij niet waarvoor zijn mond in die tijd is gebruikt of welke adviezen hij heeft gegeven. Zijn stem is hoog als van een klein kind, hij maakt soms kraaiende geluiden, draait met zijn ogen en hij maakt allerlei vreemde grimassen en bewegingen met zijn armen als een kind dat in de box ligt. Als we net gaan zitten haalt hij een glazen knikker uit een bakje, legt die voorzichtig op de grond waarna de knikker ogenschijnlijk uit zichzelf onmiddellijk naar mij toe rolt.

De knikker rolt tot bij mijn knie

Dat is een goed teken volgens Pikun… Ik ga nu niet meteen oordelen en zeggen dat het een debiele vertoning is, want ik begrijp eenvoudig niet wat hier gebeurt. Ik wacht af wat er verder gebeurt.
Ik versta natuurlijk geen syllable, maar Pikun vertelt later: over Get zegt hij dat het rustig is voor Pikun dat Get in Bangkok is, zodat ze nu even geen last heeft. En verder is het ’karma’. Ik moet moeite doen om niet kregel te worden maar dat lukt niet helemaal.  M’n zolen! Dat is makkelijk zeg! Als je niet weet wat je moet zeggen, of geen raad hebt zeg je maar dat het karma is! Predestinatie, karma, de wil van God, fatalisme? Er wordt heel lang gepraat, maar het is ook na vertaalpogingen voor een buitenstaander moeilijk te begrijpen en voor Pikun moeilijk te vertalen.

Als ik aan de beurt ben vertelt hij dat ik én gelukkig én rijk  én oud word. Die eerste twee zijn mooi meegenomen. Het laatste is meer voor mijn kinderen bedoeld, die zijn nog niet van me af…
Pikun is er niet echt van opgeknapt. Ik ben eerlijk gezegd ook wel teleurgesteld, ik had van een medium toch wel iets meer verwacht, niet voor mijzelf maar voor Pikuns gemoedsrust; maar een kind-geest heeft misschien ook niet meer te bieden… Was er hier maar iets van een adviesorgaan van welke instantie dan ook om ouders te helpen met puberende kinderen. Ik ben wel van plan hier eens navraag naar te doen. Hoeveel ouders moeten hier maar doormodderen en denken dat zij de enigen zijn die kinderen hebben die uit de band springen. Vooral voor één-ouder gezinnen zou dit soort hulp toch niet overbodig zijn.
Ik ben blij dat ik eindelijk op kan staan, dat op de grond zitten doet mijn ongeoefende lijf overal pijn, de vloer is, ondanks het dunne kussen, keihard teakhout en geeft niet mee. Oud worden wil ik nou niet per sé, maar als het niet anders kan, dan liever wel op een zacht matras en in een makkelijke stoel….

Pikun heeft besloten een paar dagen te wachten, tot mijn jetlag in de kliko ligt. Get kan het standje op de markt wel alleen af. Meer drukte verwacht ze aan het eind van de maand als de mensen weer geld op zak hebben.
Eigenlijk wil ze met haar auto naar Bangkok, zodat we na die tijd een beetje daar kunnen rondrijden. Na het reizen met mijn camper is haar avontuurlust gewekt en heeft ze het idee dat ze mij hetzelfde moet bieden. Eerlijk gezegd zie ik dat niet zo zitten met die auto van haar. APK keuringen kent men hier niet, reparaties worden pas uitgevoerd als het echt nodig is.  En echt nodig is het pas als de auto het vertikt. 900 km rijden met deze oude auto, die het verder wel prima doet voor dagelijks gebruik in de stad en korte trips naar Pikun’s ouderlijk huis, is vragen om problemen. Ze heeft nog nooit tevoren dergelijke lange trips met de auto gemaakt. Ik vraag uit naar de overstromingen en de watervloeden die in Bangkok worden verwacht. Ze ziet na het bekijken van het nieuws ook wel in dat een bus meer kans heeft om door water te rijden of over weggespoelde wegen dan een kleine Mazda. Bussen staan ook in contact met een hoofdkantoor van de busmaatschappij, waardoor ze gewaarschuwd kunnen worden voor omleidingen.

Song tow

We pakken een rugzak in en vertrekken op een avond om half acht met een rode bus (Song tow) naar het busstation en vandaar met een prima geveerde bus naar Bangkok, rollen ‘s morgens vroeg in een voorstad de bus uit, en ontbijten naast de snelweg. Om vijf uur ‘s morgens na een slapeloze ongemakkelijke nacht (helaas geen mogelijkheid voor een upgrade naar businessclass) naast het donderend geraas van een snelweg aan de vissoep met een bakje rijst te zitten is weer een nieuwe ervaring. Ik kijk met verbazing naar de mensen die dit eettentje runnen. Die werken hier dus 7 dagen per week, in het stof, de stank en de herrie. Ik vraag me maar niet te veel af hoe gezond dit bordje eten kan zijn.

Ontbijten aan de highway

Als bordjes en bakjes leeg zijn pakken we onze baggage en lopen door de vroege ochtend naar het huis van Pikun’s vriendin. Get doet het hek open, we lopen door het schemerige huis waar figuren in lakens gerold op de grond liggen te slapen, (de masseuses die voor de vriendin van Pikun werken) doen snel onze pyama’s aan en slapen dan toch nog een paar uur op een hard, dun matras. Het went wel, vooral als je moe genoeg bent. Maar mijn dag en nachtritme krijgt op deze manier geen kans te normaliseren.

De markt is beslist geen succes. De vriendin van Pikun heeft in deze pas geopende markt, een hoge overkapping met kleine winkelunits een massagesalon geopend. De markt is geopend met hoge verwachtingen, maar de omzet valt voor iedereen behoorlijk tegen. Pikun heeft dit avontuur bedacht om te kijken of er een zakenvrouw in Get schuilt. Niet dus. Als ze de kans krijgt is ze er vandoor. Of ze nu iets verkoopt of niet, het interesseert haar geen zier.
Ik wandel wat over de markt, koop een paar onderbroeken, die ben ik vergeten in mijn rugzak te pakken. Prima onderbroekje, compleet met kantje voor 20 Baht (41 Baht is een Euro). Ik drink een versgezette koffie bij een lief meisje, althans, ik probeer in het Thais koffie te bestellen. Niet gewend aan een Europeaan schiet het meisje ogenblikkelijk in de stress en belt iemand die engels praat, tenminste zich daarvoor altijd heeft uitgegeven. Het is totaal niet nodig, ik vraag gewoon om caffee rod mocha.

Lief koffiemeisje

Warme mochakoffie.
Verder lees ik een boek in de massagestand op een bamboebedje achter een bamboescherm val soms in slaap om vervolgens ’s nachts weer wakker te liggen.

Khun Leh en haar man zijn dik zestig. Tijdens de overstromingen is hun restaurant aan een rivier net boven Bangkok en een paar dagen daarna het huis dat iets hoger stond onder water gelopen. Ze zijn naar ze zeggen wel verdrietig, maar gelukkig heeft hun dochter een huis in de stad. De dochter woont in Amerika met Amerikaanse husband. Ondanks deze tegenslag lijken ze niet echt uit het veld geslagen, er is hier altijd leven na de dood. Er is eten, elke dag genoeg, en de vriendin laat, zo blijkt later op de dag, een goed glas bier er niet voor staan, waarna ze niet meer stopt met praten, alhoewel niemand dat meer kan volgen omdat haar tong sleept.
En als het water straks gezakt is spoelen ze overal de modder weer af en beginnen opnieuw. Wie dan leeft ziet het dan wel weer.

Onderweg naar de markt zien we grote konvooien met hulpgoederen richting de overstroomde gebieden rijden. Tientallen trucks volgeladen met voedselpakketten en daar bovenop kleine roeibootjes. Op tv hebben we al beelden gezien van de overstromingen. Mensen zijn verdrietig, maar nooit totaal hysterisch of in paniek. Ik zie een grote vrouw lopen met een pen en blocnote in de hand. Met een ernstig gezicht, eenvoudige kleren, gewone boerenbloes en simpele driekwartbroek, loopt ze met haar schoenen door het water en praat met getroffen burgers en boeren en maakt aantekeningen. Wie is die vrouw, vraag ik. Ze komt me vaag bekend voor maar de eenvoudige kleding zet me op een verkeerd been.
Dat is de oudste dochter van de koning.
Ik heb al erg vaak gehoord dat deze vrouw ongelofelijk veel goodwill heeft, en zeer terecht. De kroonprins is al erg lang niet in beeld geweest, evenals de koning. Er wordt over gespeculeerd, maar daar doe ik niet aan mee. Ik wil daar wel in een persoonlijke mail op reageren, niet op mijn blog. Maar deze vrouw is alleen al qua uitstraling een bikkel van een mens. Wat zou het een zegen voor dit land zijn als vrouwen hier recht hadden op troonopvolging. Maar dat is niet het geval.

Tijdens de overstromingen zegde de regering de getroffen boeren een klein bedrag aan geld toe om de eerste moeilijk tijd door te komen. Toen de ramp groter bleek dan aanvankelijk werd aangenomen werd dat bedrag verhoogd. Er zijn grote gebieden waar de rijstoogst is mislukt, de rijst zal duur worden dit jaar.

En als eenmaal de waterstand in Bangkok weer is genormaliseerd begint in Zuid Thailand het land onder te lopen en vluchten daar weer tallozen naar hogere gebieden. Er is een waarschuwing voor een tornado in het gebied waar op dat moment mijn broer rondreist. Ook bereikt ons het nieuws dat op Java een tsunami is geweest en een uitbarsting van de Merapivulkaan dreigt. En daar woont mijn dochter met haar gezin weer in de buurt. Er is veel aan de hand op deze planeet.

Maar wij zijn onderweg naar Nakhon Ratchasima.

h1

Reizen is sjouwen en dubbeltjes zijn soms even kwartjes

7 november, 2010
“Reizen is fataal voor vooroordelen, betweterigheid en kleingeestigheid.”
Mark Twain

Met een loodzware koffer van ruim 28 kilo en een rugzak die ik liever niet wil wegen wordt ik door twee zoons op station Ede-Wageningen in een trein geschoven. Mijn nieuwe reis naar Thailand is begonnen.
Pikun is na tien prachtige weken in Nederland, in augustus beladen als een pakpaard teruggegaan naar Thailand. Maar ze had nog zoveel bij mij achtergelaten en daar ben ik nu weer de klos mee.

Mijn zorgzame buurvrouw, die hoorde dat de avond ervoor een fikse verkoudheid, compleet met dikke keel op me neer was gedaald, brengt me net voor vertrek een doosje kauwgom: ‘dat helpt goed bij het opstijgen en landen, vooral als je verkouden bent’.

Twee treinen later moet ik op hauptbahnhof Düsseldorf de koffer met rugzak een enorme trap ophijsen omdat er geen lift is. Tegen een oudere man met wie ik de trein naar Düsseldorf Flughafen zoek kreun ik dat ik maar niet moet zeuren, mijn vliegticket was zo goedkoop! Inderdaad, glimt hij. Ik kom net terug uit Thailand, maar deze aanbieding kon ik niet laten gaan! Hij ziet eruit als een man die zijn leven lang postzegels heeft gelikt, en misschien is dat ook wel zo, maar intussen heeft hij wel de hele wereld gezien. Hij is in meer dan 50 landen geweest! En de meeste reizen in zijn eentje. Alleen een groepsreis als het echt niet veilig is om alleen te reizen.
In elke wachtgelegenheid kom ik hem weer tegen, en dan moppert hij vrolijk dat het een roker absoluut onmogelijk wordt gemaakt om ergens rustig te kunnen roken. Overal moet hij zich in overvolle rokershokken persen. Ik knik begrijpend. De tabaksindustrie doet zoveel om de roker verslaafd te houden, daar mag dan toch wel een riante rokersruimte tegenover staan. Je zou er bijna mee stoppen. Hij lacht zijn rokers-tanden bloot: nee hoor, stoppen, daarvoor is het wel een beetje laat als je 68 bent.

Het vliegtuig naar Dubai is behoorlijk vol. Ik beland naast een Duits meisje die voor de vijfde keer naar Nieuw Zeeland reist. De eerste keren was het voor een stageplek, nu heeft ze er een vriend. Maar de beslissing om er echt te gaan wonen is een zware. Nu gaat ze voor vijf maanden, en eigenlijk moet die tijd uitsluitsel geven over haar toekomst. Het is zo vreselijk ver. En ze houdt zoveel van haar eigen familie, die ze erg weinig zal zien als ze daar gaat wonen. Ik zeg dat je geen echte fouten kunt maken. Als ze wil blijven kan dat toch? en als het niet blijkt te werken, nou dan ga je toch lekker terug? Alles is ervaring en ondervinding!

Vanaf Dubai gaat ze in een rechtstreekse vlucht van 18! uur door naar Auckland. Dat wordt nog wat. Ze is rond de 1.80 m en kan haar benen bijna niet kwijt. Maar een steward verzekert haar dat ze op de volgende vlucht wat meer comfort zal hebben, het is een totaal ander vliegtuig.

Mijn vlucht vanaf Dubai naar Bangkok heeft ook meer comfort. En niet zo’n heel klein beetje ook! Mijn broer heeft voor mij de ticket geboekt. Hij is Goldmember van Emirates.com en spaart de mijlen, waarmee hij weer iets kan. Op mijn ticket staat dan ook dat dit een Goldmembership betreft. Dat legt me geen windeieren. Als ik mijn boardingpass inhandig loopt de stewardess even naar een andere desk, komt terug en deelt me uiterst droog mee dat ik een upgrade heb naar businessclass. Ik reageer ook heel droog met: Thank you ma’am, omdat de betekenis eigenlijk niet goed tot me doordringt. Als ik drie passen heb gedaan landt het wat dit betekent en zou ik wel om willen draaien om haar te zoenen, maar ik denk dat dat nou ook weer niet de bedoeling was.

Aan het eind van de slurf wordt het verschil al duidelijk tussen economy en businessclass. De laatste gaat over een dik tapijt het vliegtuig in. Ik wordt naar mijn zetel begeleidt, en kan heel in de verte de stoel vóór me zien.
Voordat ik zit zweeft er een zilveren dienblad voor mijn neus met mooie drankjes in echte glazen. Er staat ook champagne bij. Bijna automatisch kijk ik op mijn horloge. Het is pas 6 uur in de ochtend Nederlandse tijd, maar verdorie, als een dubbeltje eens even een gouden tientje wordt vier je dat met champagne! Later zie ik dat het geen prikwijn is, maar Moët. The real thing dus.
Voor mij is er een echt beeldscherm, niet zo’n miezerig schermpje. Maar  wie gaat er nou films zitten kijken als je een 5-sterren behandeling krijgt. Dat leidt alleen maar af! Ik zak in de stoel en denk: ik heb erg lang geleden gegeten, die champagne kan wel eens raar vallen maar dat is geen reden om hem terug te geven. Weer verschijnt er een zilveren dienblad voor mijn neus, nu met een grote verscheidenheid aan kranten. ‘Don’t spoil my day’ zeg ik spinnend als een tevreden kat. Ik wil nu niets weten van crises, vulkanen en overstromingen. Of ik me daar nou druk om maak of niet, daar zal geen druppel minder regen door vallen.

Het duurt een tijd voor we opstijgen, omdat een van de passagiers wel zijn bagage (met wie weet een bom) heeft ingecheckt maar zelf niet is komen opdagen. Dus moet die bagage er worden uitgevist, zodat ik veilig aan kan komen op Bangkok. Maar het scheelt me geen zier, ik zit prima.
Er worden menukaarten rondgedeeld. In economyclass is dat een kort lijstje: vis of kip o.i.d. En de hele maaltijd wordt op één dienblaadje afgeleverd. Maar in Businessclass is het een heel ander verhaal. Er wordt een tafeltje met damast voor mijn neus gedekt, en het ezeltje strekt zich…
Weer champagne met een bakje nootjes. Een zilveren bakje.
Welke wijn wilt u bij de lunch mevrouw? De soort en de streek wordt aan me uitgelegd. Ik kies voor Zuid-Afrika.

Het menu is heel boekwerk, waar ik een kleine 20 minuten in verdiept ben. Moeilijk om te kiezen hoor, er staat zoveel in! Wat blijkt? Ik hoef bijna niet te kiezen. Ik krijg bijna de hele lijst voorgeschoteld. Die hele lunch-ceremonie (als dit lunch is, wat moet dan het diner zijn?) duurt ruim een uur. Steeds weer komt er een trolley langs, naderhand heb ik het gevoel dat ik de eerste week niet meer hoef en kan eten. Het laatste feestje is het dessert, met een keus aan allerlei geweldigs, port, kaas, lemon cheesecake, en Gidiva bonbons. Tegen mijn personeel, de Wit-Russische Alena zeg ik dat ik het prima heb, en overweeg te blijven. Ze grijnst. Na de maaltijd schuif ik mijn stoel in slaapstand. Dat is dus echt slaapstand, helemaal gestrekt slaap ik urenlang een zoete slaap. En achter mij, een meter of drie maar, zit het klootjes volk, de economyclass reizigers, de suckers, de tokkies. Daar hoor ik dus vanaf nu niet meer bij. Wat een openbaring.

Bangkok luchthaven

Bangkok luchthaven

 

Ik moet, vanwege het delay in Dubai nog opschieten om mijn volgende vlucht te halen. Maar ik ben weer helemaal in Thailand.
De Sawadika’s (vriendelijke Thaise groet) zijn niet van de lucht.  Overal foto’s van het koninklijk huis en mensen die uit bakjes eten. De enorme boeddha beelden en de monniken voor wie er aparte wachtruimten zijn, zodat het gewone volk hen niet in de weg zit of loopt. Of erger, door een vrouw worden aangeraakt. Op binnenlandse vluchten zijn er voor monniken aparte plaatsen gereserveerd.
Dat is niet alles. Als ik op een lift sta te wachten komt er een prachtig jong Thais meisje aanlopen, zo zacht en snoezig als een jong katje. Ik schat haar niet ouder dan 14. Ze heeft een zakje in haar hand waarin ze haar aankopen heeft. Ze gaat zitten naast een onverzorgde Europese man van rond de 70, met een gewicht van rond de driehonderd pond, die in het zakje kijkt en met gebarentaal vraagt of ze tevreden is met haar kadootjes. Als je het met taal niet kunt dan geld spreekt altijd wel. Een golf van afkeer gaat door me heen. Ik heb daar al over geschreven tijdens mijn vorige reis, maar  dit is iets waar ik nooit aan zal kunnen wennen. Ben ik daarom betweterig, kleingeestig of bevooroordeeld? Ook aan deze dingen is een andere kant, dat heb ik al vaak overwogen.

Opeens zie ik de postzegellikker lopen en wens hem een prettige verblijf. En gedraag je hè! Moet dat? vraagt hij. Nou, zeg ik, nee hoor, niet al te erg! Hou de sjeu erin!

De vlucht naar Chiang Mai duurt een uur en Pikun en dochter Gad wachten me op. Zo fijn om die bekende gezichten te zien!

Pikun

Gad in school(sport)dracht

Het is dan bijna middernacht.Thuis toch maar eerst de koffer uitpakken, kilo’s stroopwafels en chocolade. We drinken thee, en na een douche (Pikun heeft nog geen warm water in haar huis, brrr even diep ademhalen) en een massage die mijn door de zware rugzak getergde rug en vermoeide kuitspieren weer ontspannen en we slapen als rozen.

De volgende dagen blijkt dat mijn griep venijniger is dan ik gewend ben, en daardoor de jetlag zich ook in me heeft vastgebeten. Ik kan het dag/nacht ritme maar niet te pakken krijgen. Volgens mij is dit de eerste keer dat ik echt een jetlag meemaak! Pikun is geduldig. Ze wil naar Bangkok, waar ze op een nieuwe markt massageattributen aan het verkopen is. In de tijd dat wij in Chiang Mai wachten tot ik me wat beter voel neemt de oudste dochter, Get, daar de zaken waar.

Daarover in een volgend bericht!