h1

Waarzeggers, kunstenaars en allerlei (ander) gedierte. Deel 1

16 december, 2010
“Neem de mensen zoals zij zijn, anderen zijn er niet.”
Konrad Adenauer
In de Handicraft Village laat ik een t-shirt met hagedissen beschilderen. Deze mensen schilderen. De hele dag hetzelfde. Bloemetjes, vlindertjes, olifantjes, boeddha’s, dolfijntjes, noem maar op. Ik moest deze ‘kunstenaar’ overtuigen dat ik geen gekleurde bloemetjes bij de hagedissen wilde.

Mijn kleermakertje van de vorige keer zit nog steeds op het zelfde plekje en repareert kunstig mijn aan rafels gereisde rugzak

En Pikun vraagt of ik met Khun Kung mee wil naar de waarzegger/handlezer/magic man waar ik de vorige keer ook ben geweest. Die mij voorspelde dat ik mijn huis binnen korte tijd zou verkopen (voor ik terug was in Nederland was de deal al bijna rond!). Die mij verzekerde dat ik meer met Thais te maken zou krijgen. Tien weken een Thaitje over de vloer met de nodige Thaise aanloop had ik toen ook niet kunnen vermoeden.
Khun Kung wil eigenlijk iedere week wel weten of er geluk in haar toekomst ligt maar dat is eigenlijk zelden het geval. ‘Khun’ betekent eigenlijk: ‘mens’, iedereen is een Khun, ik ook… kan dus man en vrouw zijn en alles wat er tussen zit, maar daarover later. Kung is Thais voor ‘garnaal’. Khun Kung is een soort van klant van Pikun, alhoewel ze de afgelopen jaren meer een adres is waar ze zich kan gaan zitten vervelen. Ze is rijk gescheiden, tenminste, ze wil iedereen laten geloven dat ze rijk is, heeft niets omhanden en praat alleen maar over zichzelf en over haar dochter. Pikun is meer een dagelijkse praatpaal, die geduldig ja en nee zegt. Kung heeft nul-komma-nul interesse voor Pikuns leven. Of voor het leven van wie dan ook. Nooit en te nimmer zal ze ook eens aan Pikun vragen hoe het met haar gaat. Het leven draait alleen om haar. En ja, daar heeft ze misschien een punt….
In Nederland zouden we op een gegeven moment laten merken dat we van dit soort bezoeken niet langer gediend zijn, maar dat kan hier eenvoudig niet.

In het huis van de 'magic man', van plafond tot vloer behangen met ingelijste foto's van allerlei heiligen, bekende monniken (BMers, B-emmers?)en natuurlijk de koninklijke familie.

De flessen water worden gezegend

Maar een bezoek aan de waarzegger is op zich interessant. Kung praat aan een stuk door, en ergens halverwege de rit vraag ik aan Pikun waar ze het allemaal over heeft. Droogjes zegt Pikun: Over haar leven, haar dochter en haar geld. Kung verstaat geen woord Engels, alhoewel ik haar de vorige keer talloze lessen heb gegeven. Die waren voor haar alleen maar tijdspassering, niet om iets te leren. Als we de auto hebben geparkeerd koopt Kung een pak van 6 plastic flessen met water. Net voor het huis van de man is een kraampje dat daar helemaal op is ingesteld… Ik denk dan dat dat een kadootje is voor de waarzegger, maar het ligt even anders.
Voor 12 Baht doet de waarzegger, die heel bijzonder is gekleed, een uitgebreide lezing, je wordt  gezegend, aangeraakt op de kruin van je hoofd met zijn staf, wordt de hand gelezen, voorspellingen gedaan en de flessen water stuk voor stuk met die staf aangeraakt onder het prevelen van gebeden etc. Dus het drinken van dit gezegende water zou alleen al moeten zorgen dat je elke loterij wint en nooit ongelukken krijgt. Dan gebeurt er nog iets wat ik nog niet eerder heb meegemaakt of over heb gehoord. We krijgen een stukje bladgoud op ons voorhoofd, borst, ter hoogte van het borstbeen en op beide polsen geplakt. En ten laatste ook eentje op onze tong, dat we gewoon kunnen doorslikken, het is puur goud. De dag erna poep ik dus waarschijnlijk letterlijk goud! Voor alles moet een eerste keer zijn…

Alles goud wat er blinkt...

Weer wordt mij een lang leven in het vooruitzicht gesteld, veel gezondheid, vrijheid en onafhankelijkheid. Ik heb geen hulp van anderen nodig, wat ik wil doen kan ik alleen af. Pikun wordt gewezen op haar verantwoordelijkheden voor haar familie. Haar dochters en moeder dus. Voorlopig zit reizen er niet in voor haar, wel op een later stadium. Er zullen nog wat problemen op haar weg komen. Daar hoeft ze niet lang op te wachten, maar daarover ook later!

Het goud ligt hier op straat, we krijgen allemaal ons deel...

Aanraking met een tijgertand. Aan de spullen kan het niet liggen!

En uiteindelijk krijgen we allemaal nog een cd’tje mee met meditatie muziek, chanten en gebeden. Nooit weg.

******************************

De dagen gaan sneller voorbij dan je voor mogelijk houdt. Voor uitslapen krijg ik maar heel zelden kans. Maar vroeg opstaan is eigenlijk wel prettig, je kunt beter een siësta houden als de dag warm wordt. Pikun heeft haar klanten, ik heb ontmoetingen met oude bekenden, snuffel rond in gekke buurtjes, of zit op internet zelfstudie te doen over onderwerpen die op de school aan bod zijn gekomen. En elke middag Tai Chi. Nu ik niet meer stuntel en de oefeningen onder de knie heb krijg ik er steeds meer plezier in. Of we gaan samen op bezoek, bijvoorbeeld bij het kinderloze echtpaar Khun Noi (kleintje) en haar man Khun Pong. Ik heb hen op mijn vorige reis ontmoet. Ze heeft op een paar drukke markten een standje met loempiaatjes en samooza’s. We raakten toen op een leuke manier aan de praat en ik kreeg van haar een paar plantjes mee naar huis. Zij is een oud-lerares van mijn leeftijd maar zonder een rimpeltje, hij een zakenman die met de crisis noodgedwongen zijn houtbewerkingsbedrijf heeft moeten beëindigen. Ze hebben vreselijk veel geld verloren en wijten dat aan de afzetting van Taksin. Met Taksin is de welvaart het land uitgegaan, is hun stellige overtuiging. Het zijn dus ‘red-shirts’, maar daar vraag ik maar niet naar, ik wil op geen enkele manier hier betrokken raken in discussies over politiek. Politiek is hier iets met een totaal andere lading dan in het westen en omdat je het niet begrijpt kun je er hier levensgevaarlijk op uitglijden.

Khun Noi en Khun Pong bij hun huis in de ruimte waar vroeger het personeel in de pauzes zat

Als ik bij hen in huis kom wordt ik bijna opgewonden: er zijn hier boekenplanken die vol staan met (Thaise) boeken! Heerlijk om bij mensen te komen die lezen! Maar de onderwerpen waarover ze lezen… geen idee. Thaise lettertekens geven geen enkele aanduiding. Maar dat wordt van lieverlee duidelijk door latere gesprekken. Ze hebben zich zeer onlangs bekeerd tot De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. De Mormonen dus. De vorige keer heb ik ze al zien flyeren op de avondmarkten; nette, schoongeschoren jongelingen met keurige overhemden met das en blije mooie meisjes, zo fris als lentebloemen delen folders uit: gratis Engelse les… Je hoeft alleen je ziel maar in te leveren. Khun Noi en echtgenoot zijn een paar jaar geleden door een enorm zware tijd gegaan. Met het neergaan van de economie die in Thailand een extra klap kreeg met de rellen eind 2008, moesten ze niet alleen al hun personeel laten gaan maar verloren ze ook een kapitaal aan geld. Niemand van hun familie of vrienden die zich om hen bekommerde.Iedereen hield zich afzijdig, bang dat hen gevraagd zou worden om een financiële bijdrage. Een familielid die al Mormoon was heeft toen iemand naar hen toegestuurd en het resultaat is dat zij zich een maand geleden hebben laten dopen. In een volgend gesprek vertelt Noi, als ik vraag wat er dan in ’s hemelsnaam mis is met het boeddhisme, dat ze die monniken niet meer kon zien, die zich maar moddervet eten en geld krijgen van de veelal arme bevolking, veel meer dan ze op kunnen of goed is voor een bedelmonnik. ’s Morgens zie je de monniken lopen met hun bedelnap, die soms overvol mee terug naar de tempel gaat. Maar, lok ik haar uit de tent, wat ze te veel hebben wordt toch weer aan de armen uitgedeeld? Ze kijkt me aan of ik haar voor de gek hou. Alleen oninteressante dingen worden soms weggegeven, maar ze heeft teveel zien wegrotten om nog respect te hebben. Het is maar net wat je wilt zien natuurlijk, want de misstanden in de gelederen van de mormonen kun je hier prima verbergen. Je deelt zoete mooie boekjes uit in het Thais, en geen hond die op zoek gaat naar informatie in het Engels. En je kunt een hoop zieltjes bijschrijven. Maar de koning dan, probeer ik nog eens, hoe zit het daarmee. Eer je die nog wel? Terwijl ik de vraag stel besef ik mijn fout. Als ze ooit zou toegeven dat ze de koning ook niet zou vertrouwen zou de gort wel gaar zijn, en is er niet eens een rechtzaak, wordt ze opgepakt en zien we haar nooit meer. Weer eens een andere kant van Thailand.
Wat ik wel voor elkaar krijg is dat Pikun met haar praat over de opvoeding van haar puberende, rebelse dochter. Een paar keer heeft ze een gesprek met Noi, en zelfs een keer met Get erbij. Dat is nog voordat Get een baantje heeft. Ik zie de opluchting op Pikuns gezicht.
Ik ontmoet deze sterke vrouw verscheidene keren, en de gesprekken zijn heel boeiend.

******************************

Het fenomeen van de lompe, lelijke, oude ‘farang’ met een mooi slank Thais meisje/huisdiertje/(sex)slaafje aan zijn arm blijft me ook fascineren. Overal zie je ze lopen.

Thaise economie

Hier in het grote winkelcentrum, met vóór hen de moeder van de Europeaan. Die zie ik er heel vaak bij lopen. Heel sneaky heb ik hen van achteren gefotografeerd… Het is moeilijk om hier niet te generaliseren, maar aan het type op de foto kun je wel zien om wat voor soort mannen het vaak gaat. Een slecht in de markt liggende man heeft hier bijzondere kansen.

******************************

Andere beestjes:

Hondje kopen? Deze hondjes liggen in een wasmandje op de avondmarkt tussen handwerkspulletjes.

De eigenaren van deze zoete hondjes verkopen hondenjasjes

De kat van Pikun slaapt graag op je rug, en laat zich rustig ronddragen

Een troetel-eekhoorn met colbert. Een vraagje aan de eigenares of dit beestje niet in de natuur hoort levert alleen een stomverbaasde gezichtsuitdrukking op.

Hondenjasjes in de meest vergezochte ontwerpen. Hier een lieveheersbeest, compleet met voelsprieten en vleugels.

Nog een nest puppiesop zoek naar een tehuis

…. te koop op de Sunday Market, of Walking Street. Foto’s en een leuk filmpje op: http://pajcai.com/Sunday%20market.html

Ergens in een restaurantje zie ik een klein jochie zitten, gestoken in een zwart poemapakje, compleet met het kopje en snorharen. En dan steken er mensenvoetjes en handjes uit. Knetter! Ik zag ook ergens een hondje in een tijgerprint jasje, je weet soms echt niet wat je ziet. En dat in een land waar het soms ’s nachts afkoelt naar een graad of twintig, bij uitzondering naar vijftien graden. Geen hond die het dan koud kan hebben.

Kat met vreemde knik in zijn staart. Zonder staart, stompjes staart, geknakte staarten, ze zijn er in alle soorten

Katjes, katjes en nog meer katjes. Dit siameesje heeft maar een klein staartstompje en een wit-gevlekte neus

Op de markt worden deze kleine schildpadjes verkocht. Daarna kun je ze vrijlaten bij de rivier waarbij je een wens kunt doen. Ze zijn dus niet voor consumptie, in tegenstelling tot de brulkikkers die zielig, dik en sloom in een soortgelijke emmer op de slacht wachten

Nog meer zieligs. Deze prachtige tijgers zijn te zien bij de ingang van een toeristische attractie: De Nightsafari

Deze attractie bestaat bij de gratie van het toerisme. Uiteraard biedt het geheel ook werkgelegenheid voor veel mensen. Maar deze schitterende dieren die in een vrij kleine ruimte onafgebroken heen en weer ijsberen braken mijn hart. Moet ik oproepen om deze attractie te boycotten? Als ik wist dat dat een beter leven in zou inhouden voor deze koninklijke dieren zou ik het doen!

Als toegift:

Lekker warm mutsje, compleet met snuitje, oortjes en snorharen; maar voor winterse temperaturen moet je toch duizend km noordelijker zijn.

Nog meer beestjes, beertjes, panda's, buffels, olifanten, katten enz. enz. De verkoopster heeft ook nog eens een dikke jas aan, terwijl ik bijna flauw val van de warmte... Er is wezenlijk verschil in de temperatuurhuishouding van een Aziaat!

Warme mutsjes, ik snap niet dat er een markt voor is, maar de winkeltjes en kraampjes waar ze worden verkocht zijn niet te tellen. In Lampang, een uur zuidelijker, en een stuk warmer! zitten we tot laat in de avond buiten, maar Pikun’s broer, schoonzuster, hun dochter en kleinkind krijgen kouwe koppetjes, ondanks de dikke haardossen.

De hele familie, vader, moeder, dochter en haar baby met gehaakte en gebreide mutsjes. Helaas een wat onduidelijke foto, ik kan er helaas niet meer van maken.

Met het kleinkind van Pikun's broer

En hoe heet het wurm? Seven. Inderdaad: 7. Waarom noem je een kind Seven? Wel, de vader, die heel erg niet in beeld is, werkt bij de winkelketen Seven/Eleven, 7/11! Een succesvolle ‘convenient-store’. Maar het getal 7 staat ook voor een geluksgetal, dus dat is dubbel boffen….

Advertenties

One comment

  1. Hoi Paula,
    ken je Seven of Nine? Dat is een karakter uit Star trek
    Judith



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: